Vergiliusvertaalwedstrijd

Groot was de blijdschap bij de leerlingen van 5 Latijn-moderne talen/wetenschappen/ wiskunde toen ze rond de paasvakantie vernamen dat hun inzending voor de Vergiliusvertaalwedstrijd behoorde tot de absolute top van tien laureaten op ongeveer 100 deelnemende klassen uit heel Vlaanderen.

Ook als begeleidende leerkracht Latijn, ben ik bijzonder trots op ‘mijn’ klas, net als de andere collega’s Latijn en de directie. Het is immers niet de eerste keer dat SFI in deze wedstrijd tot de allerbesten blijkt te behoren: op 16 jaar tijd werd een klasgroep van SFI maar liefst 8 keer laureaat en de andere jaren kregen we bijna steeds een eervolle vermelding (= tweede prijscategorie).

Hoe de leerlingen de plechtige proclamatie en prijsuitreiking dit jaar hebben ervaren, leest u in bijgevoegd verslagje. Wij laten u ook graag meegenieten van hun winnende tekst.

Marijke Lybaert
Leerkracht Latijn en vakverantwoordelijke

“Francesces fortuna iuvat” (“Het lot helpt de SFI-ers”)

Zaterdag 29 mei was het zover, de apotheose van de Vergiliuswedstrijd:
de proclamatie van de laureaten in het plechtige kader van de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Antwerpen..
Onze klas – vertegenwoordigd door enkele leerlingen waaronder ikzelf – hoorde bij
de tien groepen die de beste vertaling hadden ingediend van “Lavinia’s blos”, een stuk uit de Aeneïs van Vergilius en werd uitgebreid in de bloemetjes gezet tijdens een academische viering.
Net zoals overwinnaars van de oude Spelen trokken we na de huldiging en de receptie naar huis met eer als ons beste prijs – en enkele mooie boeken geschonken door het Arpinocomité.

Maar, ere wie ere toekomt, proficiat aan alle leerlingen van de klas, want samen hebben we een prachtige vertaling gemaakt!
En, toekomstige vijfdejaars, onthoud dit goed: Audentes fortuna iuvat (“Het lot helpt diegenen die lef hebben”)

Olivier Tytgat
5 LMT

Uit Vergilius, Aeneïs XII

De koningin liet haar tranen de vrije loop en haar hart kromp ineen van angst
bij die bruuske wending in de oorlog. Ze zag de dood al voor ogen en probeerde
haar schoonzoon te doen afzien van het gevecht waarop hij zo gebrand was:
“Zie je mijn tranen, Turnus? Als je nog enig respect voor me koestert in je hart,
ga dan in op deze ene smeekbede. - Jij bent het enige lichtpunt in de ellende
van mijn oude dag, mijn enige toeverlaat. In jouw handen ligt alle macht en pracht
van Latinus’ rijk; met jou valt of staat dit wankelende huis. – Stort je dus niet
in de strijd met Aeneas. Want welk lot jou aan het einde van dat gevecht
ook wacht, het zal ook het mijne zijn. Nog liever verlaat ik met jou
dit waardeloos geworden leven, dan dat ik Aeneas’ slavin en schoonmoeder word.”
Terwijl Lavinia haar moeder aanhoorde, rolden de tranen over haar gloeiende wangen.
Een vuurrode blos bekroop haar verhitte gelaat en verspreidde zich vliegensvlug.
Net als Indisch ivoor dat beschilderd werd met puperrode verf,
of net als blanke lelies die rood kleuren temidden van een massa rode rozen:
zulk een kleurschakering was te zien op het gelaat van het jonge meisje.
Verliefdheid maakte Turnus extra onstuimig en hij hield zijn blik strak op het meisje gericht.
Nog heviger verlangde hij nu naar de strijd en kort sprak hij Amata toe:
“Alstublieft, moeder, ween niet zo en spreek zo geen onheilspellende woorden
nu ik afscheid van u neem om de onverbiddelijke strijd tegemoet te gaan.
Ook voor Turnus is er geen ontkomen aan de dood, geen uitstel.
Idmon, breng de Trojaanse koning mijn boodschap, al zal hij die niet graag horen:
Wanneer Aurora morgenvroeg, rijdend op haar wagen, een purperrode gloed
aan de hemel doet verschijnen, laat hij dan zijn Trojanen niet afsturen op de Rutuliërs.
Rutuliërs of Trojanen: geen van beiden mogen ze de wapens nog opnemen.
Alleen hij en ik moeten met ons bloed beslissen wie de oorlog wint
en ook Lavinia’s hand wordt de inzet van onze kamp.”

Ter info:

Voor vele vakken worden jaarlijks individuele olympiades gehouden. Sinds 1994 wordt door het Arpinocomité ook een jaarlijkse klassikale vertaalwedstrijd georganiseerd voor alle vijfdejaars uit alle Vlaamse onderwijsnetten. Centraal hierin staat telkens een tekstfragment uit Vergilius’ magistrale epos, de Aeneïs.

Sinds de start van de wedstrijd neemt het Sint-Franciscusinstituut traditiegetrouw deel aan deze wedstrijd, omdat deze volgens de leerkrachten Latijn de leerlingen duidelijk maakt wat poëzie vertalen is en hoe moeilijk en uitdagend tegelijk dat kan zijn: hoe je je moedertaal evengoed moet beheersen als de finesses van een vreemde taal, hoe je kan blijven zoeken naar het juiste woord op de juiste plaats, een mooie klank of ritme, hoe je kan twijfelen over nuances en interpretatie, hoe moeilijk het is om ‘stijlvast’ te vertalen en in hetzelfde taalregister te blijven (een beetje archaïsch of radicaal hedendaags?) …

En door veel zwoegen en na veel overleg in de klas (met soms luide discussies en heuse stemrondes) ontstaat een unieke tekst, waarin iedereen een stukje van zichzelf kan terugvinden.