Vergroot letters Verklein letters Beginwaarden lettergrootte
Foto'sSchoolkalender
Comenius
Leonardo Da Vinci
Bezoek ons op Facebook
Comeniusproject 2009-2011: ‘Pride and Prejudice, overcoming stereotypes’ PDF Afdrukken E-mail

Algemene voorstelling Comenius- en Leonardoprojecten

Voorstelling project SFI

Eind 2008 kregen we het aanbod van een Roemeense militaire school om deel uit te maken van een Comeniusproject. Omdat we net op zoek waren naar een nieuw Europees project vooral voor tso, gingen we graag op de uitnodiging in. Sinds onze succesvolle uitwisselingsprojecten met Polen, zijn we immers meer dan ooit overtuigd van de ongelooflijke kansen en verrijking die een buitenlands project met zich meebrengt zowel voor de betrokken leerlingen en leerkrachten als voor de hele school. Bovendien sprak het thema van het project ‘stereotiepen en vooroordelen’ ons extra aan, want zowel op school als daarbuiten duiken deze veelvuldig op.

Eind januari trokken we met twee personen naar Roemenië voor de voorbereiding van het dossier. We voelden meteen aan dat het klikte met de toen aanwezige vertegenwoordigers uit de andere landen en werkten samen een degelijk en ambitieus dossier uit. ‘Pride and Prejudice, overcoming stereotypes’ werd de definitieve naam van het project.

In extremis moesten nog een paar partners afhaken en werden deze door andere vervangen. Uiteindelijk dienden 9 scholen uit 8 verschillende landen een dossier in. Meer concreet gaat het om scholen uit Roemenië (dat coördineert), Zweden, Slovenië, Bulgarije, Turkije, Polen,Tsjechië en natuurlijk België. SFI diende twee dossiers in, een voor tso (vijfdejaars) en een voor aso (vierdejaars).De deelnemende scholen hebben elk ook een zeer verschillend profiel bv. wat de aangeboden opleidingen betreft: verpleegkunde, diplomatie en public relations, landbouwwetenschappen en paardenfokkerij, sociale vorming, economie, informatica, een militaire opleiding, …: dat moet wel een boeiende confrontatie worden!

Begin deze zomer kregen we het goede nieuws: ons project behaalde een zeer hoge score en werd goedgekeurd door de bevoegde Europese selectiecommissie, waardoor alle betrokken landen financiële steun krijgen voor de realisatie van de voorgestelde plannen. Een ‘mulitlateraal, leerlinggericht Comeniusproject’ maakt deel uit van het Europese subsidieprogramma ‘lifelong learning programme’ (LLP)). De geselecteerde scholen engageren zich ertoe om de goedgekeurde projecten effectief te realiseren en om elkaar minstens een maal in elk land te ontmoeten.Het project loopt over twee opeenvolgende schooljaren: 2009-2010 en 2010-2011.

Wat zijn nu onze concrete plannen en doelstellingen?

In 2009-2010 willen wij nagaan welke stereotiepe voorstellingen en vooroordelen we hebben over de andere deelnemende landen. We onderzoeken waar deze stereotiepen en vooroordelen vandaan komen en of ze wel overeenstemmen met de realiteit. We leren ook kijken naar datgene waarop we als land trots kunnen zijn.

In 2010-2011 doen we hetzelfde, maar dan toegepast op verschillende beroepen en opleidingen.Hierbij wordt er vakoverschrijdend gewerkt in de klas. Via een internetforum corresponderen en werken de leerlingen samen met leerlingen uit andere landen. De voertaal is Engels. Heel wat gevarieerde methodes en vaardigheden kunnen tijdens het project aan bod komen.

Tijdens de lessen en vooral tijdens de projectmeetings werken de leerlingen aan verschillende deelproducten (logo, website, interviews, folder, foto’s, filmpjes, …) en aan een eindproduct: een website en een ‘optionele cursus’ over omgaan met stereotiepen en vooroordelen (te realiseren tegen juni 2011!).

In elk deelnemend land is er verspreid over twee schooljaren telkens 1 projectmeeting van ongeveer 5 dagen, met een afvaardiging van leerkrachten en directie en enkele leerlingen uit alle deelnemende scholen.

Tijdens deze meetings wordt er gewerkt aan het project (afspraken, discussie, verslagen, eindproducten, …). De leerlingen volgen workshops (bv. leren fotograferen en filmen) en er worden ook enkele uitstappen georganiseerd. Het accent ligt hierbij op ontmoeting en op de sterke/positieve kanten van elk land. Ook het onderwijssysteem van elk land wordt telkens toegelicht. De bijkomende informele contacten met leerlingen en collega’s uit zoveel verschillende landen zijn sowieso zeer verrijkend voor alle betrokkenen.

Begin november 2009 vond de startmeeting plaats in Dobrich, Bulgarije. In januari 2010 ontvangen wij op SFI de buitenlandse delegaties. Later dit schooljaar volgt nog een meeting in Roemenië (maart) en in Polen (eind juni, na de examens). Volgend schooljaar zijn Zweden, Slovenië, Turkije en Tsjechië aan de beurt.

Aan de startmeeting in Bulgarije namen naast mevr. Thienpont en de project- verantwoordelijke mevr. Lybaert ook mevrouw Kuijte (4 aso) en mijnheer Vliebergh (5 tso) deel. Na een interne selectieprocedure beslisten we om in een eerste fase te kiezen voor twee pilootklassen, nl. 4 economie en 5 boekhouden-informatica die telkens twee leerlingen mochten afvaardigen naar Bulgarije. U leest het verslag van hun ervaringen en die van de collega’s elders in dit blad.

Wij zijn in elk geval heel trots op het feit dat ‘ons’ logo (ontworpen en gekozen door de kerngroep Comenius en verder vormgegeven door Mevr. Ineke Marynissen, leerkracht plastische opvoeding) voortaan het project mag vertegenwoordigen in alle deelnemende landen.

Volgens de richtlijnen van het Belgische Europese agentschap (Epos) moet minimum de helft van alle mobiliteiten door leerkrachten en/of directie gebeuren. Toch streven we ernaar zoveel mogelijk leerlingen de kans te geven een projectmeeting bij te wonen. Daarom doen alle partnerlanden inspanningen om de kosten van het bezoek zo laag mogelijk te houden.

Alle leerlingen van 4 aso en 5 tso kregen begin september uitleg over het project en al hun ouders kregen een brief hierover.We richtten ook een kerngroep Comenius op voor enthousiaste vrijwilligers die op geregelde tijdstippen tijdens de middagpauze of na schooltijd samenkomen om het project mee vorm te geven. Leerlingen die actief deel uitmaken van deze kerngroep krijgen uiteraard de voorkeur als er moet gekozen worden wie mee mag naar een volgende projectmeeting.

De leerlingen van de kerngroep kunnen ook een actieve rol spelen bij de ontvangst van de buitenlandse delegaties in België eind januari 2010, vermoedelijk ongeveer 20 leerlingen en 18 leerkrachten. We zijn intussen al volop bezig met de voorbereiding hiervan: logies (gastgezinnen voor de leerlingen?), maaltijden, bezoeken, workshops, werkvergaderingen, …